De Regenboogvlag

D

Het is 11 oktober 2026 precies tien jaar geleden dat voor de eerste keer de Regenboogvlag bij het gemeentehuis in Hardenberg werd gehesen. Met unanieme steun van de gemeenteraad.
Daar zag het eerst niet naar uit. Een Regenboogvlag laten wapperen? Wat zijn dat nou weer voor nieuwerwetse fratsen? Daar had een deel van de vroede vaderen nog nooit van gehoord. Er moest tijdens de raadsvergadering waar gestemd werd over een ‘Regenboogmotie’ zelfs een schorsing aan te pas komen, om tot een besluit te komen. En dat leverde stof op voor een column in het onvolprezen weekblad De Sallander. 👇

Column in De Sallander van 5 oktober 2016

Gaan we binnenkort ook vlaggen op roodharigendag? (VVD) Moet je niet eerst bij de begroting een plan indienen om een vlag te kopen? (CU) We kunnen niet vlaggen op het gemeentehuis, want de vlaggenmasten staan naast het gemeentehuis. (OpKoers)

De gemeenteraad van Hardenberg liet vorige week maandag zien dat het bevolkt wordt door zeer intelligente grappenmakers. Toen een motie aan de orde kwam van D66 en GL om op 11 oktober tijdens Coming Outday een regenboogvlag te laten wapperen – net als in 80 andere gemeenten – wisten veel raadsleden alleen maar een beetje lacherig te reageren, als pubers die verlegen zijn met het onderwerp. Het D66-raadslid Stella Hanssen wist wel duidelijk te maken dat het heel wat anders is of je een bevolkingsgroep een hart onder de riem moet steken die in toenemende mate gediscrimineerd, uitgescholden en vernederd wordt (de niet-hetero mensen), of dat je jouw secretaresse eens een bloemetje moet geven omdat ze zo goed haar werk doet en daar eigenlijk door jou maar matig voor wordt beloond.

Voordat er geschorst werd leek het alsof de motie de grond ingeboord zou worden. Negatieve geluiden van CDA, CU, VVD en OpKoers die het maar niets vonden dat een bepaalde groep eruit werd gelicht. Na de schorsing was de stemming volkomen omgeslagen, omdat men eigenlijk nog steeds tegen was maar niet te boek wilde staan als conservatieve zuurpruim. Voor het oog van Neerlands volk werd daarom unaniem (!) voor de motie gestemd om op 11 oktober de regenboogvlag te laten wapperen naast het gemeentehuis. Mits bode Jan van der Kamp op tijd een vlag van 2×3 meter geleverd kan krijgen.

De regenboogmotie was ingediend door D66. “En door GroenLinks”, riep het enige GL-raadslid tot drie keer toe uit. Misschien heeft zo’n assertieve houding er wel voor gezorgd dat zij – Anne van den Hoek – is uitgeroepen tot Raadslid van de Week door de vereniging van Nederlandse raadsleden. Hoe je dat wordt weet ik niet en is ook niet terug te vinden op de website Raadslid.nu. In feite had ik geen enkele idee dat er een wekelijkse verkiezing was, totdat er een persbericht van GroenLinks kwam. Van mevrouw Van den Hoek zelf. Eigenlijk is dat wel een goede zaak. Als niemand je een veer op de hoed steekt moet je het af en toe zelf maar eens doen.

Kamp Molengoot

K

De jaarlijkse herdenking bij het voormalige Kamp Molengoot is weer achter de rug. Met vlagvertoon en volksliederen. Nederlandse, maar ook Israëlische. Dat deed mij denken aan een column in weekblad De Sallander in 2013. 👇

Column in De Sallander van 16 oktober 2013

Wat wordt jaarlijks in oktober herdacht door de stichting Joods Kamp Molengoot bij het monument aan de Luggersweg in Collendoorn? Nogal wiedes, het wegvoeren van de Joodse dwangarbeiders natuurlijk, de Joodse mannen die in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden afgevoerd naar Kamp Westerbork en in overgrote meerderheid werden vermoord in concentratiekampen in Polen.
Tenminste, dat was ooit de intentie. Maar vanaf het begin is het fout gegaan. En elk jaar wordt het een klein beetje erger.

Voor degenen die nog nooit bij een herdenking zijn geweest en nog nooit een verslag hebben gelezen: de vaste ingrediënten zijn een speech van de voorzitter, gedichtjes van leerlingen van de basisschool die het monument heeft geadopteerd, gebeden door een rabbijn, het zingen van de verzen 1 en 6 van het Wilhelmus en het zingen van het Israëlische volkslied. Om met dat laatste te beginnen: wat heeft het zingen van het Israëlisch volkslied nou te maken met de Joodse dwangarbeiders? In 1942 bestond Israël nog helemaal niet en bestond er dus ook geen volkslied. En die mannen waren Nederlanders, geen Israëliërs. Het zingen van het volkslied is dus je reinste flauwekul. Maar het zingen van het Wilhelmus kan toch wel? Het waren tenslotte Nederlandse dwangarbeiders. Dat klopt, alleen zou men het bij het eerste couplet moeten laten. Het zesde is een geloofsuiting die misschien helemaal niet past bij de Joodse mannen. Niet elke Jood was en is een gelovige Jood. Bovendien is het Wilhelmus geschreven alsof het uitspraken zijn van de protestantse prins Willem van Oranje. Weinig Joods, derhalve.

Maar wat elk jaar een beetje erger wordt, is dat het lijkt alsof de herdenking is gekaapt door een bepaalde groep christenen. In de openingsspeech werd veel aandacht besteed aan de vervolging van christenen, de aanslagen op christenen, de onderdrukking van christenen. Totaal buiten de orde. En als je al een link naar het heden wilt leggen kijk dan naar vervolgden in het algemeen, naar onderdrukking in het algemeen, naar haperende vredesinitiatieven in het algemeen.
Verder kwam in het verhaal naar voren dat Joodse kinderen nog steeds om hun geloof worden gepest. Ook in Hardenberg. Nou is er jaarlijks contact tussen pers en politiechef waarbij zaken besproken worden als verkeersonveiligheid, drugsgebruik en diefstallen, maar ook racisme en discriminatie komen aan bod. En nooit, nog nooit is daar naar voren gekomen dat in Hardenberg Joodse kinderen om hun geloof worden gepest. Oncontroleerbare uitspraken dus, die daarom beter achterwege gelaten hadden kunnen worden.

Wat wèl in goede aarde viel, ook bij de oudere scholieren, was de bijdrage van Deborah Slier. Deze Amerikaanse schrijfster en uitgeefster, nicht van Flip Slier wiens brieven uit Molengoot voor de komst van monument en herdenking hebben gezorgd, vertelde over het lijden van de Joden, maar ook over de moed van gewone mensen in de Tweede Wereldoorlog, die lijf en leden riskeerden om hun medemensen te helpen, over onderduikers die dankzij die hulp konden overleven, over mensen die niet spraken over hun geloofsovertuiging maar dat lieten zien. De herdenking tot de kern teruggebracht.

De houten school van De Groot

D

Een studiecentrum werd het door de journalist van de Vechtstreek genoemd, de middelbare school aan de Burgemeester Schuitestraat in Hardenberg. Donderdag 31 maart 1960 was de officiële opening van de christelijke H.B.S. door de commissaris van de Koningin, Ridder de van der Schuren. De komst van een H.B.S. was dringend gewenst, vertelde de commissaris: “De belangstelling voor hoger en middelbaar onderwijs in Noordoost-Overijssel is nogal gering. In de leeftijdsgroep twaalf tot twintig jaar is dit landelijk 7 procent, in Overijssel 5,1 procent maar in Hardenberg en omgeving slechts 2,4 procent.”

Op intellectueel gebied liep Hardenberg misschien wat achter, op het gebied van vernieuwing niet. De school, genoemd naar bisschop Jan van Arkel die Hardenberg stadsrechten had verleend, was de eerste permanente houten school in ons land. Door onderwijsminister Cals werd de school als demonstratieschool beschouwd: het systeem zoals dat in Hardenberg was toegepast was een kans om vaart te zetten achter de noodzakelijke scholenbouw in ons land. De school was in slechts negen maanden gebouwd.

Houten school
Twee jaar daarvoor was men in Hardenberg begonnen met een H.B.S. in een groen barakje met twee leslokalen, ongeveer op de plek waar tegenwoordig de ingang is van de Greijdanusschool aan de Burgemeester Schuitestraat. De barak werd gehuurd van De Groots Houtbouw in Vroomshoop voor 14 gulden per week. Diezelfde firma was ook de bouwer van de houten school. Het schoolbestuur had liever een stenen gebouw gekregen van het ministerie van Onderwijs, maar dan had men nog jaren moeten wachten. De Groot kon snel leveren, omdat het bedrijf gespecialiseerd was in voorgefabriceerde houtbouw. Dit eerste permanente houten schoolgebouw had een gegarandeerde levensduur van 50 jaar, dus tot 2010 zou er geen vuiltje aan de lucht zijn. Misschien was het dat ook niet geweest als de school niet zo sterk was gegroeid. Het gebouw was berekend op 300 leerlingen, maar op het toppunt van zijn groei werd de school door 1354 leerlingen bezocht. Uiteraard wel na enkele verbouwingen.

Het bouwsysteem van De Groot had ook de aandacht getrokken van kranten in Duitsland. De Kölner Stadt-Anzeiger schreef een artikel met als kop Holländer bauen mit Hokuspokus!
In Leverkussen, zo schreef de krant, is nog nooit zo snel een school gebouwd. “Vier dagen hadden tien arbeiders van De Groot nodig om het eerste gedeelte van de school te bouwen: twee klassen, een voorportaal en een lerarenkamer. Binnen twee weken staan alle zes klassen met nevenruimtes overeind.”

Het is het grootste bedrijf van prefab houtbouw, noteerde de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant. De cijfers spreken voor zich: in 1953, na de watersnoodramp in Zeeland, werden in 17 weken tijd 350 noodwoningen gebouwd. Ook voor miljoenen gulden zijn woningen in Amsterdam gebouwd, naast houten scholen in Emmen, Rotterdam en het paradepaardje in Hardenberg.

Start bouwbedrijf De Groot
Het bedrijf in Vroomshoop zag in 1927 het levenslicht, toen J.J. de Groot begon met een houthandel en wat later met het leveren van kippenhokken. Er kwamen weekendhuisjes, garages en barakken bij. De crisistijd van de jaren ’30 wist het bedrijf te overleven, maar in de Tweede Wereldoorlog ging het mis. Niet zozeer met het bedrijf als wel met eigenaar Jan Jacob de Groot. Vanwege zijn verzetswerk werd hij opgepakt en op 2 maart 1945 met 45 anderen aan het Rademakersbroek bij Varsseveld in de Achterhoek gefusilleerd. Zijn echtgenote, Eibelliena Jacoba de Groot, (‘vrouw De Groot’), moeder van zes kinderen en zwanger van nummer zeven, nam op verzoek van haar man de leiding van het bedrijf op zich. In 1973 nam ze op 70-jarige leeftijd afscheid van het bedrijf. Een bedrijf, waar op dat moment 400 personen werk vonden.
Tegenwoordig heet het bedrijf De Groot Vroomshoop Groep, onderdeel van VolkerWessels.

Jaarvergadering HHC 1969

J

Dankzij de groei van het aantal junioren telde voetbalvereniging HHC halverwege 1969 zo’n 350 leden. Dat was positief nieuws. Voorzitter Bruins was tijdens de jaarvergadering ook positief over de Vriendenclub van HHC, die veel activiteiten voor de leden had georganiseerd. Maar daarmee was de koek wel zo’n beetje op.

De club had voldoende leden om 5 seniorenelftallen in te schrijven voor de competitie, maar dat zouden er maar 4 worden. De begeleiding schoot te kort, trainingen werden matig bezocht en zelfs voor wedstrijden kwamen sommigen niet opdagen, zonder zich af te melden. Illustratief was de beslissingswedstrijd van het 3e tegen Be Quick 2, die met 9-0 werd verloren. Er stonden maar 9 HHC’ers op het veld.

Bruins was wel weer tevreden over een geringe bestuursuitbreiding. Secretaris Johannes, adjudant bij de gemeentepolitie, gaf na tien jaar het stokje van 1e secretaris over aan schoolmeester Bert Reints, maar hij bleef bestuurslid als 2e secretaris. G. Bosch en J. H. A. Otten vertrokken, maar als nieuwe bestuursleden kon voorzitter Bruins de heren Hendrik Jan Bolte, Bart Gritter en J. Rotmensen verwelkomen.
En er was nieuws te melden over HHC-1!

Het vlaggenschip had op een haar na het kampioenschap van de derde klasse gemist, maar trainer Westenberg kon in het komende seizoen over twee nieuwe aanvallers beschikken: het doelpuntenkanon Bert Timpers van La Première uit Almelo en Johan Schulten van EMMS uit Slagharen. De verwachting was dat zij de aanvalslinie een nieuwe impuls zouden geven.

Het duurde echter tot 1976 voordat de Hardenbergers het kampioenschap konden vieren.
De foto op deze pagina laat dat kampioensteam zien, met Timpers en Schulten.

Vechtgenotenloop

V

Ruim 500 lopers, fietsers en wandelaars hebben zondag 17.500 euro bijeen gebracht voor het Vechtgenotenhuis in Ommen. Deze voormalige boerderij op Landgoed Stekkenkamp ondersteunt mensen met kanker en hun familieleden.

De lopers startten bij de zaak van initiatiefnemer Robert Prins in Hardenberg en eindigden 21,1 kilometer verder bij het Vechtgenotenhuis. In de bossen bij Ommen waren routes uitgezet van 5 en 10 kilometer voor mensen die liever wandelen dan hardlopen.

De cheque die Robert Prins na afloop overhandigde aan Laura Wiersma, voorzitter van het Vechtgenotenhuis, kan nog wat groeien omdat nog betalingen met qr-codes verwerkt moeten worden.

Recente berichten